WIELERVERSLAGEN.NL

Historie

De Adelaar van Hoogerheide vliegt niet meer

Harm Ottenbros overleden

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Harm-Ottenbros-725x1024.jpeg

 

De laatste zondag van augustus in 1969 was een bloedhete dag., Een dag om in je tuin te zitten in een schaduwrijk plekje. Maar juist die dag was het wereldkampioenschap wielrennen in België. De avond ervoor was er een feessie in een kelderzaaltje in het Rotterdamse Crooswijk. Dat ter gelegenheid van het 12,1/2 jarig huwelijk van het echtpaar Heus. Een aantal leden van de wielerclub Apollo, onder wie mij zelf waren uitgenodigd. Het was een heerlijk feest, waarin het bier rijkelijk vloeide en tot de late uren duurde, Bij het afscheid was de zon al aan de hemel verschenen ter aankondiging van die bloedhete dag. ,,Naar huis en uitslapen”, was dan ook het algemene motto. Totdat Gerard Boer, de voorzitter van de wielerclub oordeelde; ,,Laten we naar het WK gaan. we hebben van onze club Eef Dolman als een van de favorieten aan de start, die moeten we toch aanmoedigen.

Slaperig keken we hem aan, maar de geheelonthouder Gerard Boer bood aan ons te rijden, hij zag zelf ook wel dat wij dat niet zouden overleven. Grootmoedig bood hij ons aan, dat we ons nog thuis konden verschonen, maar dat hij over een uur weer aan de deur zo staan. Geradbraakt voldeden we aan zijn opdracht, mompelend dat het gekke werk was. Zonder het ons te realiseren waar we waren reed Gerard Boer ons naar Zolder, waar op het circuit, wat normaal voor autoraces werd gebruikt, de titelstrijd zou plaatsvinden. Uiteraard waren de Belgen daar in de meerderheid, wel was die volksgroep zeer verdeeld. Men was favoriet voor de oude vos Rik van Looy of voor de nieuwkomer Eddy Merckx. Helaas, die verdeeldheid zorgde voor een hele saaie koers. Waar we stonden kwam er steeds een gesloten peloton voorbij, met aan de leiding inderdaad Van Looy en Merckx. Ze vielen nog net niet om, zo langzaam was het tempo, alleen als er een van de twee met zijn wiel net voor de ander reed kwam er een reactie die dat minieme verschil weer te niet deed. De stemming langs de kant was dan ook landerig, slechts onderbroken wanneer er weer een toeschouwer door de hitte was flauwgevallen en naar de eerste hulptent werd getransporteerd.

Lang duurde het wachten, totdat in de finale een Belg ontsnapte, Juliën Stevens. Wij hoopten dat onze favoriet Eef Dolman zou reageren, keken verheugd op dat een Nederlandse renner in de achtervolging ging. Helaas, het was echter niet onze Eef, maar Harm Ottenbros, ,,Ik zat klaar om te springen, maar Harm was met net voor,,” verklaarde onze clubgenoot teleurgesteld nog. Wij waren ook niet echt happy, verdoofd door het resultaat en de hitte en het enige wat nog restte was een verfrissende duik in het Albertkanaal. Dat geheel zonder kleding, wat nog kon in die tijd. Zelfs de Belgen keken er niet van op, bij hen restte de teleurstelling dat het weer een Kaaskop was geweest, die de Belgen had afgetroefd. En Harm Ottenbros, na zijn blijdschap over de behaalde titel kwamen de teleurstellingen. De regenboogtrui heeft hem alleen maar ellende opgebracht. Maar al in die tijd wist men dat er een vloek op die trui heerste. Hij was niet de eerste ben ook niet de laatste die dat overkwam.

Harm Ottenbros, de uitgespuwde wereldkampioen van Zolder – Wielrennen – Sportmagazine (knack.be)

Oud-wereldkampioen wielrennen Harm Ottenbros (78) overleden | Wielrennen | AD.nl

Harm Ottenbros : Wielrenner harm ottenbros .nl de Adelaar van Hoogerheide was wereldkampioen 1969

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

In 1978 was Dordrecht bijna een finishplaats van de Tour,

maar de Spuiboulevard was ‘te gevaarlijk’

Dordrecht als finishplaats van een etappe in de Tour de France? Nu Den Haag en Rotterdam zich officieel bij de Tourorganisatie hebben gemeld om de ‘Grand Départ’ voor 2024 of 2025 binnen te halen, is het misschien geen utopie meer. In 1978 was het zelfs al bijna zover. Bíjna…

lees meer; 

In 1978 was Dordrecht bijna een finishplaats van de Tour, maar de Spuiboulevard was ‘te gevaarlijk’ | Regiosport Dordrecht | AD.nl

///////////////////////////////////////////////////////////

De Ronde van Feijenoord 1935

ROTTERDAM.FEIJENOORD.(1935.08.31)

 

Onder geweldige belangstelling werd Zaterdagmorgen en -middag bovengenoemde ronde verreden. Er waren naar schatting 60.000 personen random het circuit, die allen genoten hebben van twee schitterende koersen. ’s Morgens verschenen 100 amateurs aan den start, welke een prachtigen koers gereden hebben. Buyck, uit Wouw, nam al dadelijk de leiding, doch moest ze weer afstaan in de 2e ronde aan den Amsterdammer Bakker. De eerste premie werd op schitterende wijze door Leenwenburg, Feilenoord, gewonnen, De 7e ronde was voor Crezee. Rotterdam; in de 11e ronde nam van Tilburg, Rotterdam, de leiding over; de 16e ronde was voor H. Janssen, Breda, toen de Amsterdammer Schipper de leiding nam en ze rondenlang wist te behouden. In de 3e ronde nam Medik, Amsterdam, de leiding over en stond ze niet meer af,

De uitslagen der amateurs luiden als volt: 1. Medik Amsterdam, 80 K.M. in 2 uur 17 min. 15 sec.; 2. Kuistermans, Seppe; 3. J. Hollander, Den Haag; 4. Schipper, Amsterdam: 5. H. Timmermans, Den Haag; 6. W. A. Weeda, Rotter dam; 7. Oerlemans, Bergen Op Zoom; 8. R. Louwers, Rotterdam; 9. Stoks, Delft; 10, J. de Ron. Den Haag.

Des middags verschenen de profs on onafhankelijken aan den start. Tijs van Oers nam al spoedig den kop, gevolgd door Bervers, Delft, die tot op de 4e ronde de leiding wist te behouden. In de 8e ronde kwam de Belg Dictus naar voren, maar moest de leiding afstaan aan Valentijn, die een prachtigen koers heeft gereden. De Rotterdammer Verveer brak in de 10e ronde een pedaal, waardoor hij den strijd moest opgeven. Intusschen was Wagtmans, St. Willebrord naar voren gekomen en in de volgende ronde Jan Valentijn weer aan den kop en onder een stroomenden regen wist hij tot de l9e ronde de leiding te behouden, om daarna Van Oers weer de eer te Iaten. Het eerste uur werd 40 K.M. af gelegd, een bewijs, dat deze profs wat in hun mars hadden. Zoo ging het voort tot in de 32e ronde. De helft van den koers 60 K.M. werd ver reden in 1 uur 33 min. 20 sec.; de 42e ronde was Valentijn weer aan den kop met een voorsprong van ruim 200 meter op Dictus. In de 39e ronde gaf L. Reijnen, kampioen van Nederland onafhankelijken den strijd op, Na 45 ronden was nog steeds Valentijn aan den kop, op 45 sec.

gevolgd door C. Heeren. Na 51 ronden was het Theo Middelkamp, die de leiding nam en met voorsprong wist te winnen. De uitslagen van de profs luiden:

Profs: 1. Theo. Middelkamp, Kieldrecht; 2. Raes; 3. Dictus; 4. Horemans; 5. Puyve!de, allen Belgen: 6. Wagmans, St. Willebrord; 7. C. Heeren, Bosschenhoofd; 8. Groen, Dinteloord; 9. Gommers, Dongen; 10. De Bruycker, Belgie; 11. Braspenning, Princenhage; 12. Van Sundert, Etten; 13. Stuits, Hoogerheide; 14. Van der Valk; 15. Van der Star, beiden Den Haag; 16. Mosterd, Rotterdam; 17. Maagdenburg, Oud-Gastel; 18. Van Oers, Langeweg; 19. Scholten, Brunssum; 20. Buuron, Bergen op Zoom;. De tijd van Middelkamp van 120 km. in 3 uur 16 min. 35 sec. Rest nog te melden, dat de leiding van de politie-autoriteiten tot in de perfectie verzorgd was, waardoor het geheel een schitterend verloop had, het slechte weer ten spijt.

De eerste hulp werd bij de wedstrijden verleend door de Rott. Ver. Eerste Hulp bij Ongelukken “Het Zuiden.

Door haar werden behandeld 27 ongevallen door valpartijen, waarvan er 5 door den Geneeskundige Dienst naar het Ziekenhuis moesten worden vervoerd ter verdere behandeling.

Renners

Gerrit Voorting; Gerrit Voorting – Alchetron, The Free Social Encyclopedia

Kees Pellenaars; Kees Pellenaars – Alchetron

Piet van Est; Piet van Est – Alchetron

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

De Ronde van Feijenoord in 1938

Koninginnedag 1938: Ronde van Feijenoord

Mooie overwinning  Jan Gommers

Mouke wint bij de amateurs

Onder enorme belangstelling van het publiek, er waren in den ochtend reeds voor de amateurs naar officiële schatting ruim 100.000 toeschouwers, werd gisteren de vierde ronde van Feijenoord verreden.

lees verder
1938-08-31 Rotterdam, Ronde van Feijenoord – Renne inde Gezèt (simcad.nl)

 

Jan Gommers Brabander woonachtig in Rotterdam was wi nnaar in 1938
Jan Gommers (rechts) met Gerrit van der Ruit

//////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Martin van Geneugden; Martin Vangeneugden (1932-2014) – dagelijks iets degelijks (ronnydeschepper.com)

Martin Vangeneugden (dewielersite.net)

/////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Theo Sijthoff

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Theo-Sijfthof-1.jpg

THEO WAS HET ZOUT IN DE WIELERPAP …Theo Sijthoff was niet de beste wielrenner van Nederland, zelfs niet van Rotterdam, al had hij dat zelf graag gewild. Hij was wel een van de kleurrijkste personen die in de jaren zestig als coureur heeft rondgereden. Hoofdzakelijk op superbenzine, zoals Jan Raas dat placht te noemen in de jaren dat hij nog wel eens wat in het openbaar zei.

De wielercarrière van Theo kun je op twee manieren beschrijven. Met de dorre statistieken enerzijds of anderzijds met zijn eigen iets te grote mond en fantasie. Met het eerste ben je zo klaar, over het tweede raak je niet uitgepraat, want Theo was me er eentje. Als ik het goed heb staat er bij de beroepsrenners slechts één overwinning op zijn naam, te weten de Ronde van Elsloo in 1961. Daar klopte hij de grote Peter Post, gnuifde hij in menig interview. Dat wil niet zeggen dat hij een slechte renner was, want er waren tal van coureurs als hij met meer talent dan geluk. Je moet hem ook in z’n tijd plaatsen, een armoedige tijd waarin een profrenner maar moeizaam zijn kostje bij elkaar wist te scharrelen. Acht dagen koersen in de Ronde van Nederland en er 37 gulden aan overhouden. Ga dat maar eens aan je vrouw uitleggen. De fantasie van Theo maakte het echter veel mooier dan het was. Zo stond hij met droge ogen dingen te beweren, die makkelijk controleerbaar niet klopten. Zoals het feit dat hij de meesterknecht van Jacques Anquetil zou zijn geweest. Ab Geldermans, de werkelijke meesterknecht van Maître Jacques, kan er nog kwaad om worden.

Theo heeft wel in een Franse ploeg gereden, maar niet in die van Anquetil. Wel in die van Pelforth, in 1961 een nieuwe ploeg van ploegleider Maurice De Muer, die met weinig geld een ploegje samenstelde met wat tweede-garnituur Fransen en jonge Nederlanders, als Dick Enthoven, Cor Schuuring, Piet van Hees en ook Theo Sijthoff. Alleen Enthoven heeft het langer dan één seizoen uitgehouden. Die ploeg werd pas wat toen Jan Janssen er in 1963 bijkwam en ook een paar oudere Franse profs er brood in zagen, zoals Henry Anglade en François Mahé. Kortom, Theo’s mond was groter dan zijn erelijst. Ik zal hem dat echter niet nadragen, want onconventionele figuren als Theo zijn het zout in de wielerpap, hoewel zijn amfetaminegebruik wel iets uit de hand is gelopen. Hij maakte daar geen geheim van, iedereen mocht bij hem thuis in zijn kastje met middelen kijken. Gelukkig is hij daar na zijn afscheid van de wielersport niet in blijven hangen. Van zijn andere verslaving om altijd en overal aandacht voor zijn persoon te krijgen, is hij echter nooit afgekomen. Sterker Theo begon met veel bombarie een tweede leven. Hij stapte in de herenmode met een winkel in de Bovenstraat in Rotterdam-IJsselmonde. Een stil straatje waar alleen mensen komen die er moeten zijn.

Theo lokte ze ernaartoe met advertenties in huis-aan-huis-blaadjes en alle media die betaalbaar waren. Daarin stelde hij zich voor als iemand met een normaal postuur, blauwe ogen, fijntjes in de kleren en bepaald niet ver van de boom gevallen. Zijn vroede voorvaderen trokken in het jaar 1583 alreeds met textiel langs huis en stee, vandaar die vakkennis, fantaseerde hij zonder blikken en blozen. Een reclamebureau had de jonge ondernemer niet nodig en in eigengemaakte advertenties liet hij bijvoorbeeld weten dat een nudistenclub een enorm verloop aan leden had geconstateerd, omdat die mensen bij Theo waren binnengelopen en zijn kleding gepast. Dat beviel zo goed dat ze nooit meer in hun blootje wilden lopen. Ook suggereerde hij in zijn reclame-uitingen een verhouding te hebben met Brigitte Bardot, omdat hij om de haverklap naar Frankrijk ging. Dat was echter niet om BB te beminnen,, maar om die fantastische kleding in te kopen, waarmee hij zijn klanten verwende. Never a dull moment with Theo. Maar achter al dat geroeptoeter zat wel degelijk ambitie en in een aantal jaren afficheerde hij zich als de Modekoning van Rotterdam met een groot pand onder de Van Brienenoordbrug. Hij ging zelf kleding voor dames en heren ontwerpen en hoewel de grote ontwerpers als Frank Govers, Frans Molenaar en Edgar Vos met enig dedain over hem spraken, was Theo bezig de ladder naar eer & roem te bestijgen. Hilversum ontdekte hem en hij heeft tal van grote showprogramma’s van top tot teen aangekleed. Overal waar glitter & glamour in voorkwam daar stond Theo’s naam op. Lee Towers was kind aan huis bij hem en Theo tekende jarenlang voor de aankleding van de beroemde Ahoy’ optredens van de voormalige kraanmonteur.

Theo verdiende in die tijd veel geld, kocht een kast van een huis, pochte in interviews dat het zijne veel groter was dan dat van zijn buurman Gerard Cox. Hij had het breed en liet het breed hangen. The higher they rise, the harder they fall, zeggen ze in Amerika, want de fiscus volgde de financiële capriolen van de eenvoudige Rotterdamse volksjongen op de voet. Tot ze toesloegen en zijn broze moderijk in 1999 ineenstortte. Nog zie ik de foto bij een interview uit die dagen, waar Theo verslagen in de camera kijkt. Er boven stond de kop: “Als je wordt geschoren, dan moet je stil blijven zitten”. Het was over en uit en voor het eerst in zijn leven werd het stil rond Theo. Hij werd ziek, ernstig ziek en hij sleet zijn laatste dagen in een klein huisje in Brasschaat, mijmerend over zijn roemrijke verleden. Hij stierf op 20 juli 2006. De meesterknecht van Jacques Anquetil en de modekoning van Rotterdam.

////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Ahoy 50 jaar

Het is meer dan een eeuw geleden dat er in Rotterdam een wielerclub werd opgericht. Apollo werd die genoemd, naar de naam van een rijwielzaak aan de Vlietkade, waar de plannen tot oprichting werden gerealiseerd. Natuurlijk bestond het fietsen al eerder. Ook Rotterdam kende zijn verenigingen waar in gezamenlijkheid tochten werden ondernomen. Er waren een aantal Rotterdamsche Wielrijders Verenigingen met kleurrijke namen zoals Het Stalen Ros, de Pedaalgangers, Voorwaarts, Full Speed, Thor, De Maasstad, Davo, De Sperwer en één van de eerste clubs in het land, De Zwaluw.

Toch groeide het wielrennen tegen de verdrukking in. Er werden wedstrijden georganiseerd, voornamelijk door herbergiers, die op deze wijze hun omzet konden vergroten. De eerste koers was 1866 in Friesland voor loopfietsen en driewielers. Eén van de uitblinkers op zo’n driewieler was Pim Kiderlen, zoon van een distilleerder uit Delfshaven. Kiderlen was een van de eerste sporters die geld aan zijn sport verdiende. Hij won 500 mark door het Europees kampioenschap in Berlijn te winnen. Daarnaast was hij kampioen van Nederland en Engeland, maar één van zijn mooiste prestaties was de wedkamp met de stoomtram tussen Delfshaven en Schiedam, die in een gelijk spel eindigde. Deze vorm van sportbeoefening werd niet door een ieder op prijs gesteld. Vooral op het platteland leidde het tot verhitte taferelen. Niet zelden werden de fietsers door boeren met mestvorken achterna gezeten, of werd hun de doortocht belet doordat er touwen over de weg waren gespannen of doordat kerkgangers stevig gearmd een barricade vormden, waardoor het passeren onmogelijk werd gemaakt.

Niet iedereen was gelukkig met de ontwikkeling van de wielersport. Onder het mom dat het een onzedelijk gezicht was, die zwetende mannen in korte broek op een fiets vond men niets, werd in 1905 een verbod ingesteld tot het houden van wielerwedstrijden op de openbare weg. Wat werd ontdoken tot het houden van betrouwbaarheidsritten, wat oogluikend werd toegestaan, mits gereden met bedekte benen. Dat ging niet altijd goed wat blijkt uit een verslag van de Rotterdamse rechtbank in 1936, waarin het bestuur van de Rotterdamse veteranenclub Voorwaarts tot een boete van 250 gulden of vijf dagen zitten werd veroordeeld omdat zij in hun Twee Provinciën Tocht prijzen ter beschikking hadden gesteld en op het affiche van de rit een renner in wedstrijdkleding hadden afgebeeld.

Slechts met ontheffing van de minister kon tot wedstrijden op de weg worden over gegaan. Waardoor het Nederlands kampioenschap in 1906 op de paardenrenbaan Woudesteyn in Kralingen moest worden verreden. Tot na de tweede wereldoorlog zou deze situatie duren, hoofdzakelijk op de wielerbanen werden wedstrijden georganiseerd. Nederland had in die tijd geen bekende wielrenners, de toppers op de baan waren Piet Moeskops, Jonkheer Bosch van Drakesteyn, Gerrit Schulte, Arie van Vliet.

Ook Rotterdam had diverse wielerbanen. Alexander (aan het begin van de Terbregseweg) was een bekende, maar ook het Kreekbaantje op zuid en tot in de jaren vijftig aan de Kromme Zandweg waren pistes, die veel gebruikt werden en waarop nu nog bekende namen zoals Manus Brinkman, Wout Verhoeven, Dick Verdoorn, Aad de Graaf veel successen boekten.

///////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

Een eeuw Rotterdamse wielersport

eerste bestuur van Apollo

Meer dan een halve eeuw is het geleden dat een aantal jonge bestuurders van de toenmalige wielerclubs in Rotterdam bij elkaar kwamen. Er was een serieus probleem, het wielerparkoers op Terbregge waarvan zowel wielerclub Apollo als De Rotterdamsche Leeuw gebruik van maakten, dreigde te verdwijnen. Langs het traject dat voerde over de Wollenfoppenweg, via Oud Verlaat naar Nieuwerkerk werd een geheel nieuwe stad gebouwd, Ommoord. Er moest een nieuw parkoers komen, maar dat ging niet zonder slag of stoot.Voor het aanleggen van een wielercomplex had de gemeente als eis gesteld dat de Rotterdamse clubs moesten fuseren. Omdat de andere clubs daarvan de noodzaak niet inzagen, besloten Apollo en De Rotterdamse Leeuw noodgedwongen om samen dan maar door te gaan. Op 1 mei 1971 was de nieuwe vereniging een feit, De Rotterdamse Wieler Combinatie Ahoy’ werd de naam. Dat het samen gaan een goede stap is geweest, werd al snel duidelijk. Een paar maanden na de fusie werd de clubkampioen van Nederland met een ploeg die bestond uit Jan Janssen, Eef Dolman, Wim Bravenboer en Sjef van der Burg. ,,Fuseren moet je doen, dan wordt je kampioen,’’ was de leuze.

Ahoy floreert al jaren als een tierelier, terwijl de clubs die bij de fusie niet aanhaakten verdwenen zijn of nog maar een marginaal bestaan leiden. Om die groei te bewerkstelligen zit men bij Ahoy’ niet in een luie zetel, integendeel. Veel inspanningen zijn de laatste tijd geleverd om het complex verder te ontwikkelen tot een multifunctioneel wielerparkoers. Voor de wielrenners zijn de bochten aangepast, zodat het koersen nog veiliger wordt. Verder is er een volwaardig crossparkoers gerealiseerd, net als een krachthonk en als klap op de vuurpijl is er een 200 meter skeelerpiste ontworpen, waarop nationale wedstrijden gehouden mogen worden. Dit alles wordt niet alleen gedaan door Ahoy’, maar in samenwerking met Schaatsvereniging Rotterdam en Schaats en Inline Lansingerland.

Inmiddels had ook het aantal Rotterdamse wielerclubs zich uitgebreid. Al kort na de oprichting van Apollo was er een scheuring, waaruit De Pedaalridders ontstond. Deze club bestond uit bedienden, bij Apollo bleven de handarbeiders over, waardoor in de volksmond werd gesproken van de ‘Hoeden en Pettenclubs”. De Pedaalridders waren direct succesvol. Binnen één jaar na hun oprichting werden ze nationaal clubkampioen van Nederland met de renners Van der Wiel (tweemaal), Gebuis, Schippers, Van de Schee, en Visser. Nog vier maal hierna werd deze prestatie herhaald, Daarna bleef het een tijd stil in de Rotterdamse wielerwereld.Pas in 1971 as er weer een Rotterdamse club kampioen van Nederland. 

/////////////////////////////////////////////////

Lees dit artikel uit Reporters Online:

De Limburgse wielrenner Mathieu Cordang was sneller dan de trein naar Roermond 

https://blendle.com/i/tpomagazine/de-limburgse-wielrenner-mathieu-cordang-was-sneller-dan-de-trein-naar-roermond/bnl-tpomagazine-20220301-228982?utm_campaign=social-share&utm_source=blendle&utm_content=blendletrending-android&sharer=eyJ2ZXJzaW9uIjoiMSIsInVpZCI6ImhhdmFobyIsIml0ZW1faWQiOiJibmwtdHBvbWFnYXppbmUtMjAyMjAzMDEtMjI4OTgyIn0%3D&utm_medium=external

Lees dit artikel uit Reporters Online: De eerste wedstrijd Langzaam Fietsen was in 1885 in Den Haag https://blendle.com/i/tpomagazine/de-eerste-wedstrijd-langzaam-fietsen-was-in-1885-in-den-haag/bnl-tpomagazine-20220501-230905?utm_campaign=social-share&utm_source=blendle&utm_content=blendletrending-android&sharer=eyJ2ZXJzaW9uIjoiMSIsInVpZCI6ImhhdmFobyIsIml0ZW1faWQiOiJibmwtdHBvbWFnYXppbmUtMjAyMjA1MDEtMjMwOTA1In0%3D&utm_medium=external

/////////////////////////////////////////////////

Goudse -en streekamateurcoureurs succesvol in de jaren zestig – Gouda Sportstad

In gesprek met Gouda Sportstad in 2011: Jan van der Haar, rechts Piet Verweij

Goudse -en streekamateurcoureurs succesvol in de jaren zestig

Uit de serie Goudsch van Oud, Goudsche Courant (circa 2001)

Door Ton van Wieringen

Piet Verwey (foto), Maarten den Outer, Aad Kraan en Jan van der Haar hadden in de zestiger jaren gemeen dat ze een flink stukje konden koersen en gezamenlijk ongeveer veertig wedstrijden  wonnen. Wat deze renners van het Goudse Excelsior ook gemeen hadden, was dat ze ondanks die overwinningen op weinig financiele steun hoefden te rekenen van sponsors en supporters.

“ Dit is een reden geweest dat wij moeilijker op een hoger plan kwamen, verduidelijkt Gouwenaar Verwey, die net als de latere topkeeper Ton Thie in de Rhijnvis Feithstraat woonde. Brabantse renners die een paar keer goed presteerden in een nieuwelingenwedstrijd, hadden meteen een supportersclub die geldelijk bijsprong. Sommigen konden hierdoor middagen vrij nemen om te trainen”. Tourwinnaar Jan Janssen zegt nu:” Piet was een uitstekende temporijder, vooral op lange, rechte wegen. Een bochtig parcours lag hem minder”. Verwey gaf daarom voorkeur aan klassiekers en van stad tot stadwedstrijden boven de rondjes om de kerk. Om meer grote wedstrijden te kunnen rijden stapte hij over van Excelsior naar het Halfwegse De Bataaf. In 1961, 1962 en 1963 deed de Gouwenaar mee aan Olympia’s Toer door Nederland als vertegenwoordiger van de sterke Hoover- , Dextro-  en Aviaploeg. Onder leiding van Peter Post stonden de “stofzuigers van Hoover” – met Henk Nijdam en Mik Snijder –  in 1961 bovenaan in elk klassement. Een jaar later won Piet de etappe Zundert – Roosendaal.

Nieuwerkerker Maarten den Outer kwam net als Verwey het beste uit de verf in de seizoenen 1961 en 1962. De intervaltrainingen van Nico van Dam – revolutionair voor die tijd – wierpen vruchten af voor de fietsenmaker. Hij behoorde tot de beste Nederlandse criteriumrenners. Uitslagen van 1961: Zeven overwinningen in Breda, Woerden (twee keer),  Utrecht, Bodegraven, Strijen en Sint Willebrord; negen tweede plaatsen, twee derde plekken in onder meer de Ronde van Gouda, vijf vierde plaatsen en vier vijfde posities. Over hem zegt Jan Janssen: ”Had Maarten een gaatje van twintig meter, dan moest je er echt snel bij zijn, anders kon je de overwinning vergeten”. Rappe, slimme Maarten stond bekend als “kermiskoerser” maar kon ook het grotere werk aan, getuige zijn vijfde plaats in de 220 kilometerlange Ronde van Overijssel. Toen Den Outer in 1961 door de befaamde Caballeroploeg werd uitgenodigd voor Olympia’s Toer kon hij hieraan geen gevolg geven, omdat de organisator van de Ronde van Culemborg hem aan zijn contract hield.

Verwey en Den Outer duelleerden in die jaren met de beste Nederlandse amateurs en onafhankelijken( een categorie tussen amateurs en beroepsrenners): Bart Zoet, Gerben Karstens, Jan Janssen, Cees Haast, Jan Boog, Henk Hoekstra, Jan Pieterse, Gerrit de Wit, Lex van Kreuningen. Met succes manifesteerde Den Outer zich in 1962 ook op de baan. Nu is de baansport verre van populair maar toen trokken de programma’s in Amsterdam, Wageningen, Utrecht, Hilversum, Nijmegen en Apeldoorn duizenden toeschouwers. Maarten deed het zo goed dat hij met o.a. Gerard Koel en Jaap Oudkerk twee maanden naar Zuid-Afrika werd gezonden.

Van bovengenoemd kwartet hield Gouwenaar Aad Kraan het veruit het langst uit in de wielrennerij. Onlangs klasseerde hij zich als tweede in het wereldkampioenschap veldrit voor boven zestigjarigen. Zowel in criteria als in klassiekers pakte Kraan  jarenlang  “korte” prijzen. Van het drietal was hij ook de enige die deel uit maakte van het profpeloton. Hij fietste  voor de Goudse beroepsrennersploeg van De Onderneming. Het scheelde erg weinig of Den Outer (1961), Kraan(1965) en Van der Haar (1967) hadden de Ronde van Gouda op de Koningin Wilhelminaweg gewonnen!

Toen Verwey en Den Outer wegens werkzaamheden en blessures hun fiets opborgen, was de Moordrechtse spurter Jan van der Haar in opkomst. Met overwinningen in Huybergen, Rijsbergen, Woensdrecht toonde hij zich een criteriumspecialist, die wedstrijden in de sprint kon beslissen.

Een verhaal apart was de koude, verregende Ronde van Zevenhuizen op donderdag 10 maart 1966, de dag dat Beatrix en Claus in het huwelijk traden. Bijna alle Nederlandse toppers gingen van start op een  bouwterrein dat als parcours diende. Nederlands Kampioen Eef Dolman toonde zijn grote klasse door zo zwart als roet de resterende twintig dapperen te dubbelen en vervolgens met overmacht te winnen. Als derde en vierde finishten de latere beroepsrenners Gerard Vianen en Leo Duyndam. Jan van der Haar hield weliswaar de latere wereldkampioen Harm Ottenbros achter zich, maar verdiende daar niet meer mee dan een 12e plaats.

Lees ook: Piet Verweij wint 2e etappe in Olympia’s tour 1962

en over Goudse Wielrenmatadoren deel 1 en deel 2

/////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

DEN HAAG—BRUSSEL 1931

Bram Polak winnaar, hoewel niet als eerste geëindigd

Een „verbasterde” wedstrijd.

HOE POLAK 75 KM ALLEEN DRAAIDE!

lees meer

1931-04-19 9e Den Haag – Brussel – Renne inde Gezèt (simcad.nl)

© Renne inde Gezèt [ Peter Knops ] info@simcad.nl | CoverNews by AF themes.

/////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////